Wij maken gebruik van cookies voor onze service. Bezoek je onze website dan ga je akkoord met de cookies.

5 vragen aan Jeroen van de Lagemaat

01 juni 2018 11:23

In deze serie stellen we de medewerkers van NDIX aan je voor. Deze keer directeur Jeroen van de Lagemaat. Jeroen is sinds de oprichting directeur van NDIX: “NDIX is een stabiele en professionelel organisatie geworden, met een volwaardig managementteam. Ik kan mij meer en meer naar buiten en op de langere termijn richten.

De samenwerking met andere partijen is voor NDIX cruciaal. Vroeger zat daar voor mij veel acquisitie bij, tegenwoordig richt ik me op onze positie in de markt en de marktontwikkelingen. Het stimuleren van innovatie vind ik leuk en uitdagend. Dat kan zowel gaan over de ontwikkeling van nieuwe ICT-diensten als om de inzet van bestaande diensten voor innovatie.”

1.  Wat vind je leuk aan je werk?

De diversiteit! Als directeur heb je met van alles en nog wat te maken. Bovendien zorgt de marktpositie van NDIX ervoor dat je alle kanten kunt opkijken. Je kijkt naar ICT-diensten, de mensen en bedrijven die ze gebruiken, naar de infrastructuren die daarvoor nodig zijn en naar de investeringen die dáárvoor weer nodig zijn. Omdat wij alle partijen in de keten met elkaar verbinden, hebben wij een breed perspectief. En dat overzicht heb je haast nergens anders in de markt. We kunnen allerlei verbanden leggen die anderen niet zo snel zien. Dat spreekt me heel erg aan. En wat NDIX bovendien een heel leuk bedrijf maakt is de bedrijfscultuur. Heel open en dat vertaalt zich in bovengemiddelde commitment van iedereen. Samen zijn we NDIX. We voelen ons verantwoordelijk voor het geheel en niet alleen voor individuele taken.

2.  Welke gebeurtenis in je werkende leven is belangrijk voor je geweest?

Ik ben opgeleid als techneut, Electrotechniek op de Universiteit Twente. Techniek is heel interessant, maar het werd pas echt leuk toen ik me realiseerde hoe je met techniek zaken kunt veranderen. Je kunt problemen oplossen of nieuwe mogelijkheden scheppen. In mijn werk bij het CTIT op de Universiteit Twente speelde dat een grote rol. Dan ontstaan nieuwe mogelijkheden voor het onderwijs, voor het verbeteren van de zorg, het verandert de ketensamenwerking in de productie richting dienstverlening, of mensen krijgen simpelweg meer mogelijkheden. Dat is wat ik geweldig vind. Dat heeft de weg bepaald die ik in mijn werk ingeslagen heb. 

3.  Wat is je grootste hobby?

Wat ik heel leuk en belangrijk vind is sporten en dan vooral team- en balsporten, waarbij lichaam, geest en samenwerking intensief samenkomen. Ik vind daarnaast nog heel veel meer leuk en uitdagend. Ik ben onlangs voorzitter geworden van het bewonersinitiatief dat ons wijkcentrum exploiteert. Dit centrum moet niet alleen open blijven, we willen er met de bewoners voor zorgen dat er nog veel meer activiteiten gaan plaats vinden. Nu zijn er al danslessen voor jonge kinderen, een soos voor de oudere jeugd, een kaartclub, een fotoclub en een inloopochtend. Ik wil me graag inzetten voor zaken waar mensen wat aan hebben. Dat kan techniek zijn, maar het geldt net zo zeer voor mijn woonomgeving.

4.  Als je ervoor kon kiezen om voor altijd één bepaalde leeftijd te hebben, welke zou dat dan zijn en waarom?

Hoe oud ik zou willen zijn? Als ik aan basketballen denk, 22. Als ik naar het werk kijk en de dingen die ik er omheen doe, dan vind ik mijn huidige leeftijd van 59 heel leuk. Ik kan nu met meer rust, en met een betere balans tussen ratio en gevoel, de dingen aanpakken. Dat vind ik waardevol. Ik heb het gevoel dat ik nu effectiever ben dan vroeger.

5.  Is er iemand die je inspireert?

Dat zijn meerdere mensen. Bijvoorbeeld hoogleraar Chris Visser van de Universiteit Twente, mijn leidinggevende toen ik daar werkte. Daar ontleen ik nog iedere keer wel iets aan. Zoals hij zei: “Begin net als een olifant gewoon maar de goede kant op te lopen. Dan kom je er op termijn wel. Soms moet je om een bosje heenlopen. Dat moet je dan maar doen, maar blijf vooral kijken waar je naar toe wilt”. Dat inspireert me nog steeds.

Ook mijn vader was een enorme inspiratiebron voor mij. Vooral vanwege zijn geloof en de waardes die hij daaraan ontleende. Tot hoge leeftijd, ook toen hij al begonnen was met dementeren, vertelde ik over mijn werk en dan zorgde hij er met een opmerking voor dat ik er op een andere manier naar kon kijken. En zeker is mijn vrouw Karien een grote inspiratiebron én tegenpool én maatje. Dat is een deel van de magie!